Baby’s. Ik heb er bijzonder weinig mee, om niet te zeggen helemaal niks. Geen rammelende eierstokken of nesteldrang hier. Maar hoe ouder ik word, hoe meer baby’s er in mijn omgeving komen. Tot op heden waren die echter nog niet tot de binnenste vrienden- en familiekring doorgedrongen.

Tot begin dit jaar.

Een goede vriendin stuurde een foto van een echo. In lichte paniek heb ik snel de bovenhoeken gecontroleerd. Naam kliniek? Welk paard? Natuurlijk vond ik alleen haar eigen naam in de bovenhoek samen met de veroordeling: 9 maanden geen sushi.

Een maand later kwam mijn schoonzusje ook met ‘heugelijk’ nieuws en opeens waren er 2 mensen waarvoor ik moest controleren of de brie wel van gepasteuriseerde melk was. Zoethout thee kregen ze ook niet meer van me (denk aan je bloeddruk!) en opeens luisterde ik vol interesse naar zwangerschapsverhalen.

Een logisch gevolg van een zwangerschap is de geboorte van een kind, die je dan vervolgens mag komen bekijken. Met een beetje geluk mag je ze zelfs nog vasthouden. Ik kon mijn geluk niet op… daar ligt dan zo’n klein wondertje in je armen rustig te slapen. Als ze geen geluid maken zijn ze misschien toch best lief. “Zo begon het bij mij ook” zegt mijn vriendin glimlachend.

’s Avonds laat ik alles nog eens bezinken en vraag me af of er iets begint te rammelen.

Met een gil en een vliegend voorbeen richting de buurman in de paddock, geeft Kira antwoord op mijn vraag. Er rammelt iets, maar geen zorgen: niet bij mij.