De notities op mijn laptop staan vol met halve columns. Ik begin vaak aan een column, maar ze komen niet altijd in één keer helemaal lekker uit m’n vingers. Soms maak ik ze af, soms blijven ze maandenlang in mijn notities staan. 

Zo kwam ik een halve column tegen van september 2019. Geschreven net na de Dam tot damloop die ik voor de 3de keer zou lopen. De finishlijn van die hardloopwedstrijd heb ik nooit gehaald, sterker nog, ik heb de start niet eens gered. 3 minuten voordat ik zou starten werd mede gedeeld dat de laatste startvakken niet meer mochten starten; door de warmte werd er meer beroep gedaan op hulpdiensten dan verwacht, en de organisatie kon de veiligheid van de laatste groepen lopers niet meer garanderen. 

Mijn hardloopcarrière begon verdacht veel op mijn wedstrijdcarrière in de paardensport te lijken. Het was namelijk niet de eerste hardloopwedstrijd waar ik niet kon starten, telkens met een andere reden.

Bruggenloop afgelast door sneeuw. 
CPC loop afgelast door storm.
Dam tot dam loop afgelast vanwege de warmte. 

Ik kreeg al vriendelijke verzoeken van mensen of ik mezelf niet meer wilde inschrijven voor hardloopwedstrijden, want zodra ik een startnummer heb lijkt het fout te gaan. Zo hield ik mijn hart vast voor de Zevenheuvelenloop in november 2019. Aangezien ik alle weersomstandigheden al wel gehad had achtte ik een meteoriet inslag plausibel. 

Tegen de verwachtingen in verliep de Zevenheuvelenloop zonder enige problemen. Ik ben niet verregend, weggewaaid of in een sneeuwstorm terecht gekomen maar verpulverde mijn PR.

Vol goede moed keek ik uit naar mijn volgende wedstrijd, de Rotterdam (kwart) marathon in april 2020. Wat kan er rond die tijd van het jaar nou misgaan qua externe factoren? Dé hardloopwedstrijd van het jaar, die gaat altijd door, daarvoor kon ik gerust een startbewijs bestellen. Zelfs met mijn pech op wedstrijdgebied is het onmogelijk dat er, ik zeg maar iets, een acute pandemie ontstaat waardoor ik weer niet kan starten.

Oh wacht.

Sorry.